vrijdag 31 mei 2019

Triluur.




Zo, broeder wind,
je komt me weer de pas afsnijden,
ik leun tegen de bemoste muur,
je maakt mijn wangen rood,
het schoolplein wordt een levend schilderij,
de kindkabouter met de grijze jas,
probeert het vuur uit kale stenen weg te porren,
en schopt de winterdieren bloot.

de pissebedden vluchten,
spinnen hollen,
mijn schoen wordt schuldig,
de kever ziet mijn voet te laat
zo, broeder wind, dit is
het kwaad dat ik al heb aangericht
in de verloren uren.
,









Fietsliedje.

Ik ga over de wegen
met kille wind en regen tegen
ik hoor het riet in de sloten
en in de bermen wonen de doden

ik ga over de heuvel
ik hoor het lachend gekeuvel
van stormwindpatrijzen
in luchten vol grijze

en ik klammer ik koorts
maar ik ga door
dan lach ik een beetje
maar èèn ding [dat weet je]

je was doodsbenauwd
want in je jekkertje zweet je.

Lente in de appelboomgaard

Jij bent hier heel Heilig slagroommeisje
 want we dansen langs het water  in elvengeschater
 want wij dansen door de nacht met een krekelenlach
in èèn lichaam van sneeuwwitte maan
zullen wij samen uit leven gaan
in zwanenveren strijken we neer
in zonsondergangskleren 
en slapen dan in voor een jaar.

donderdag 30 mei 2019

Poseidons-song.

De zeekoning bestaat uit huid en vliezen
hij mag graag deinen op de zee
af en toe neemt hij matrozen mee
en hij koos mij de zeemeernin

de eb is zwaar en glad en groen
bij oostenwind zie je de kwallen stranden
de schelpen zijn een sieraad aan mijn handen
en van zeetouw draai ik vlechtjes in mijn haar;

ik heet Sirene en ik leef bij het moment;
de storm kan zijn oog aan mij verliezen.

Wens.[Elvencyclus]

God laat me elf zijn, niet twaalf
laat me zo in mijn roze maillot
dan tover ik brood en water
er gaat niemand dood
ik tel de schapen als ik slapen mag

ja ik tover mij een bed van blauw
en rusteloze lieve vissen
die ik laat leven in mijn kleine hand

als dan de avond valt ben ik
hermetisch afgesloten voor mijn kleine ziel
die in het donker heeft gewacht
totdat ik kan wonen in het grote firmament
waar ik kan blijven tot het einde der tijden

ik word een elvenkind
ik denk niet meer aan het aards gepeupel
ik mag wonen in de sterren
ik mag wonen in mijn eigen bloed

als een phoenix zal ik herrijzen
er zal zoveel om me heen zijn
totdat ik mijn eigen gids ontmoet.

woensdag 29 mei 2019

Geweten.

Ieder mens heeft wel een donkere kant
maar bijna niemand kan de schaduw aan
in wintertijd huilt de wind tegen het raam
de vogelschrik staat naast de kraaien
en krijst zijn doodswens uit

Ga de strijd aan met het kijken
laat geen millimeter onbekeken zijn
voordat men je wegdraagt in een pyama van satijn
is de ziel op de volwassen ondergrens

In het vagevuur der blikkerende botten
zwemmen we weg als zomermotten.














dinsdag 28 mei 2019

Afscheidsritueel

Twee tandenborstels één
twee messen, ook voor twee
twee abrikozen, drie
twee kussen, nu zo koud.

Drie geheimen, vier
vier boeken, vijf gedeeld
vijftien tranen, honderd gedachten.

Negen bijbels, tien kaarsen
twintig lessen, dertig gebaren
wij hebben tweeduizend jaar geleefd.

Twee tandenborstels, één
tweehonderd excuses door een telefoon
God in de Hemel
laat ons slapen.

Ontwaken.
Twee tandenborstels.
Eén.